Vlinders

Bijna iedereen vindt vlinders schitterend en heel bijzonder. Hun fladderende vlucht heeft iets onbeholpens en aandoenlijks. Toch vliegen ze uiterst efficiënt. Een vlinder verbruikt vliegend veel minder energie dan een bij of wesp. Ze hebben ook niet dat irritante van vliegen, muggen of kevers. Het is geweldig als er een op je arm neerstrijkt en zijn stralende vleugels van dichtbij laat bewonderen. Vlinders zijn fantastisch!

 

Heel belangrijk: vlinders beschermen
Dat betekent niet alleen dat je ze lekker hun gang moet laten gaan. Je kunt ook zorgen dat er veel meer in je buurt komen: in de tuin of vlakbij huis. Dat kan met planten. Veel vlinders hebben speciale planten (waardplanten) nodig om hun eieren op af te zetten. Uit die eieren groeien rupsen die zich verpoppen en dan weer vlinders worden. Op deze bladzijde staan een paar lijstjes van planten waar vlinders dol op zijn. Sommige kun je heel makkelijk zaaien. Zoek in ons groencentrum maar naar de juiste soorten. Als je die gewoon op open plekken lukraak uitzaait (guerrilla- tuinieren noemen ze dat), dan schieten daar vanzelf planten uit op, waar weer de mooiste vlinders op afkomen. Wel even op het zaadzakje of -pakje lezen wanneer je ze het beste kunt zaaien.
 
Goed kijken
Omdat dagvlinders in rust hun vleugels meestal niet uitgestrekt houden (zoals ze wel vaak in veldgidsen staan) is er soms geduld nodig om ze goed te herkennen. De onderkant van hun vleugels ziet er meestal heel anders uit dan de vaak heel kleurrijke bovenkant. De bovenkant is vaak goed te zien als de vlinders in de zon zitten. Sommige vlinders (bijv. de citroenvlinder heidevlindertje) houden als ze zitten hun vleugels schuin om maar zo min mogelijk schaduw te maken (dan vallen ze minder op en dat is veiliger).
 

 

Hoezo 'Botervlieg'?
De Engelsen noemen dagvlinders ‘Butterflies’ = botervliegen. Gek hè? Toch niet, want de Duitsers noemen ze ‘Schmetterlingen’ en dat betekent hetzelfde (‘Schmette’ is een oud Duits woord voor een soort room). En in Groningen zeggen ze soms ‘Roomzoeper’ (is roomzuiper). Vroeger geloofde men namelijk dat vlinders eigenlijk betoverde feeën waren die bij de boeren van de zure melk of room kwamen snoepen. Sommige vlinders komen inderdaad op de lucht van zure melk af. In sommige vlindernamen zit ook het woord ‘mantel’ (rouwmantel, keizersmantel, koningsmantel). Met uitgespreide vleugels lijken sommige vlinders wel wat op mini-mensjes die met uitgespreide armen een prachtige, wijde mantel tonen.
 
Inheemse bloemen waar vlinders graag op afkomen
Bloeiende heemplanten – planten die van nature in Nederland en België voorkomen – die je kunt zaaien. De vlinders gebruiken ze als waardplanten om eieren op af te zetten: 

  • Blauwe knoop (Succisa pratensis)
  • Brandnetel (Urtica)
  • Brem (Cytisus)
  • Brunel (Prunella)
  • Distelsoorten (o.a. Onopordum)
  • Duizendblad (Achillea)
  • Heide (Erica, Calluna)
  • Honingklaver (Melilotus)
  • Kattenstaart (Lythrum)
  • Klimop (Hedera)
  • Sleutelbloem (Primula)
  • Tijm (Thymus)
  • Veldsalie (Salvia)
  • Vetkruid (Sedum)
  • Wilde grassen
  • Wilde kamperfoelie (Lonicera)
  • Zonneroosje (Helianthemum)

 

 

Sierplanten waar vlinders gek op zijn
Zet maar in je tuin! We noemen ze bij hun Latijnse naam. Dat zoekt makkelijk in ons groencentrum. 
Vaste planten: Aconitum, Allium, Anchusa, Arabis, Asclepias, Aster, Astrantia, Aubrieta, Bergenia, Calamintha, Centaurea, Centranthus, Doronicum, Echinops, Echinacea, Erigeron, Eryngium, Eupatorium, Gaillardia, Helenium, Helianthus, Heliopsis, Hesperis, Inula, Knautia, Lamium, Lavandula, Liatris, Ligularia, Limonium, Lupinus, Lythrum, Monarda, Nepeta, Origanum, Phlox, Prunella, Pulmonaria, Rudbeckia, Salvia, Scutellaria, Sedum, Solidago, Stachys, Teucrium, Thymus, Verbena.
Heesters (struiken): Buddleja davidii, Calluna, Hebe, Hedera helix ‘Arborescens’, Ligustrum, Pyracantha, Syringa, Rubus. 
Plant deze soorten en de vlinders komen zeker!
 
De absolute top-tien vlinderplanten

  1. Vlinderstruik (Buddleja davidii)
  2. IJzerhard (Verbena bonariensis)
  3. Wilde marjolein (Origanum vulgare)
  4. Beemdkroon (Knautia arvensis)
  5. Damastbloem (Hesperis matronalis)
  6. Hemelsleutel (Sedum spectabile)
  7. Herfstaster (Aster novi-belgii)
  8. Koninginnenkruid (Eupatorium purpureum)
  9. Rode zonnehoed (Echinacea purpurea)
  10. Bergamot (Monarda fistulosa)

Kamperfoelie (Lonicera), Silene en Phlox zijn heerlijk geurende avondbloeiers waar veel nachtvlinders op afkomen.
 

 

Het vlinderlijf
Een vlinderromp bestaat uit drie stukken: de kop, de borst en het achterlijf. Vlinders hebben net zoals de meeste insecten zes poten, maar bij sommige zijn de voorste poten bijna verdwenen. Aan de borst zitten twee paar vleugels vast: voor - en achtervleugels die heel verschillende vormen kunnen hebben. Aan hun kop hebben ze behalve ogen meestal een roltong (een soort buis) waarmee ze nectar uit bloemen of sap uit overrijpe vruchten kunnen zuigen. Verder hebben ze antennes op hun kop waarmee ze enorm goed kunnen ruiken. Dat is nodig om de mannetjes de vrouwtjes te laten vinden en om geurende bloemen te kunnen traceren. Bij dagvlinders zit aan het eind van de antennes vaak een knotsvormige verdikking, bij nachtvlinders lijken de antennes meer op draadjes of fijne, smalle (vogel)veertjes. Vlinders zijn koudbloedig. Ze moeten zich in de zon opwarmen.
 
Geloof het of niet: het is echt mogelijk
Er is een theorie (de chaostheorie) die stelt dat de luchtbeweging door één enkele vlindervleugelslag in bijv. Midden-Afrika kan aanzwellen tot een tropische orkaan in Midden-Amerika. Dat kan in een omgeving met heel veel vrije energie zoals in de atmosfeer rond onze Aarde. De wiskundige Lorenz is beroemd geworden met deze theorie.

  • Een goede vlindertuin kan niet zonder paarse, blauwe en gele bloemen. Vlinders zien die kleuren het beste.
  • Zorg ook voor een afwisseling van hoge en lage planten.
  • Het is belangrijk dat er van voor- tot najaar bloemen bloeien in de tuin. Vlinders leven van de nectar uit de bloemen en er zijn voorjaars- en zomer/najaarsvlinders.

 

Er zijn superveel vlindersoorten
Na kevers vormen vlinders de op een na grootste diergroep op Aarde. Er zijn wereldwijd zeker 160.000 soorten bekend. De meeste komen in de tropen voor, maar er zijn ook vlinders die in koude gebieden leven en andere zelfs in hete, droge woestijnen. Als er maar wel planten zijn waarbij ze nectar (zoete geurende vloeistof) uit de bloemen kunnen drinken. Er moeten ook de juiste planten (waardplanten) groeien om hun eieren op af te zetten. De rupsen die uit die eieren komen, kunnen dan meteen van de bladeren (of vruchten) van die planten gaan eten. Veel rupsen zijn heel kieskeurig. Ze lusten maar groen van een paar soorten planten, soms zelfs maar van één soort. De vlindervrouwtjes die de eitjes afzetten weten dat en kiezen precies de juiste soorten. En wij kunnen zorgen dat die er zijn.
 
Veel meer nachtvlinders dan dagvlinders
Nachtvlinders vliegen meestal ’s nachts, dagvlinders overdag, maar dat klopt niet altijd. Het is maar een grove indeling. Van de pakweg 160.000 vlindersoorten vliegen er ongeveer 130.000 ’s nacht en dus maar 30.000 (of nog minder) overdag. Dat is niet precies bekend. Er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt. In Europa komen ca. 5000 soorten voor en ongeveer de helft daarvan kun je ook in Nederland en België tegenkomen (in Nederland 56 soorten dagvlinders en meer dan 2000 soorten nachtvlinders). Sommige zijn heel zeldzaam.
 

 

Vlinders worden in groepen ingedeeld (om een beetje overzicht te krijgen)
We noemen er een paar als voorbeeld (er zijn er veel meer). De volgende kun je makkelijk herkennen:
Vlinders met voornamelijk witte of gele vleugels: Pieridae (Witjes) – dagvlinders met vaak een zwarte tekening. Voorbeeld: het groot koolwitje. Hun rupsen leven op koolsoorten en andere kruisbloemige planten, zoals judaspenning of damastbloem.
Blauwe vleugels: Lycaenidae (Kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes) – dagvlinders waarbij de mannetjes prachtige kleuren hebben. Voorbeeld: het icarusblauwtje. Deze vliegt vaak bij bloeiende wegbermen. Rupsen op rolklaver.
Vleugels bruin met oogvlekken: Satyridae (Zandoogjes) – meestal kleine, vaak bruine tot oranje vlindertjes. Voorbeelden: het bont zandoogje. In bosranden en op bramen te vinden. Rupsen op grassen. Het bont zandoogje houdt van grote struiken.

Andere groepen zijn bijv.:
Pages – vrij grote, mooie dagvlinders, de achtervleugels hebben soms ‘staartjes’. Voorbeeld: de koninginnenpage (wordt beschouwd als de mooiste vlinder van Nederland). Rupsen leven op wilde peen, venkel, dille en andere schermbloemen.
Schoenlappers – prachtige dagvlinders die vaak in holle bomen en dergelijke overwinteren. Voorbeeld: dagpauwoog. Rupsen op brandnetel (brandnetels zijn dus heel belangrijk!). Ook de gehakkelde aurelia, de kleine vos en de atalanta horen bij deze familie.
Bladrollers – een groot aantal soorten kleine vlindertjes waarvan de rupsen vaak in samengevouwen of opgerolde bladeren leven.
Wortelboorders – vlinders zonder roltong waarvan de rupsen ondergronds op de wortels van allerlei plantensoorten leven.
Wespvlinders – vlinders die op wespen lijken maar dat niet zijn. Hun rupsen leven in wortels en stammen.
St-Jansvlinders – kleurrijke, wat zeilend vliegende vlinders. Als ze hun vleugels bewegen doen ze dat heel snel. De pop waarin de rups zich in vlinder verandert, hangt vaak aan grasstengels.
Zakjesdragers – motachtige, vaak wittige of bruine vlindertjes waarvan de rupsen uit plantendelen een soort kokertjes maken die ze tijdens het eten met zich mee slepen. Meestal op grassen.
 
En dan is er natuurlijk ook nog een groot aantal families van nachtvlinders die vaak grijze of bruine kleuren vertonen of een camouflagetekening hebben die bijv. sterk op boomschors lijkt. Sommige nachtvlinders kunnen de echosignalen van jagende vleermuizen horen en maken dan dat ze wegkomen.
 
Doe mee aan de Tuinvlindertelling van de Vlinderstichting. Tel mee op www.vlindermee.nl of download de app!
 

 

Zo leven vlinders
Vlinders leggen dus eieren op waardplanten. Uit die eieren komen op een gegeven moment rupsen die onmiddellijk gaan eten van de planten waarop ze zijn geboren. Vlinderrupsen kunnen allerlei kleuren hebben. Soms hebben ze een harig lijf. Daar kun je beter afblijven. Die haren kunnen soms heel irritant zijn. De meeste rupsen hebben drie paar voorpoten en vijf paar buikpoten met haakjes aan het achterlijf. Met de haakjes houden ze zich vast. De rupsen eten voortdurend door en groeien dan stevig. Daarom moeten ze vervellen, want op een gegeven moment passen ze niet meer in het velletje dat ze hebben. Na enkele vervellingen gaan ze zich verpoppen. Ze spinnen zich ergens in en dan gebeurt er iets ongelooflijks. In de pop verandert de rups in een vlinder die zich eruit werkt, de vleugels oppompt tot ze stevig zijn en de wijde wereld invliegt. Sommige vlinders leven maar één seizoen, andere kunnen jaren oud worden. Er zijn ook trekvlinders die soms duizenden kilometers vliegen, naar het zuiden als het koud wordt en in de lente weer terug.
 
Ruim in het najaar afgevallen blad niet helemaal op. Er overwinteren veel rupsen en poppen tussen.
 
Wil je nog veel meer over vlinders weten?
Kijk, dan op: www.vlinderstichting.nl of www.facebook.com/Vlinderstichting
Meteen naar antwoorden op veel gestelde vragen over vlinders?
 
Bij de Vlinderstichting weten ze er alles van.